Radost goes Bosna!
28 april – 9 mei 2005
door Anna Litchidova
Het is 6.30 wanneer de dertien Radostniki zich op Schiphol verzamelen om land en bergen te bevliegen naar een voormalig Jugo-land. De eerste dag voorspelt een lange te gaan worden. Vol enthousiasme stappen we een paar uurtjes later dan eindelijk in ons mini–vliegtuigje.
Aangekomen op het (ook al zo’n mini–) vliegveldje worden we verwacht door een gruwelijke geschiedenis die zich hier nog geen tien jaar geleden afgespeeld heeft. Links en rechts kijkend uit het raampje van de gammele auto scheppen de eerste impressies een bedrukt beeld. Overal kogelgaten. Van sommige gebouwen is het zelfs een wonder dat ze nog overeind staan.
En toch.. stappen de mensen stug verder door het leven. Gelukkig klaarde het die dag nog op. Na even uitgerust te zijn in het hostel en de omgeving in ons opgenomen te hebben, werd het tijd de stad nu eens te ‘proeven’ en daarom begaven we ons naar een van de vele terassjes in de oude stad. Iemand bestelde iets.. met als gevolgd dat binnen 10 minuten voor ieders neus een bord lag met stukjes worst, brood, en yoghurt (als je dat lekker vond) men noemde het Kebabchichi, als ik me niet vergis. Na onze buikjes rond gegeten te hebben was het tijd ons onder de mensen te begeven, namelijk op het koninginnendag feest van de Nederlandse ambassade. Het feest was vooral erg … melig (bedenk dat iedereen om 5 uur al op was). Toch moet ik vermelden dat de bittergarnituur in het buitenland lang niet hetzelfde is als die van thuis. En thuisgekomen viel iedereen als een blok in slaap.
De volgende dagen hebben ons een heleboel vertelt over de reeds vermelde verschrikkelijke geschiedenis. Niet alleen door naar het straatbeeld te kijken maar ook via een zegsman van de Nederlandse ambassade, via de gids en via bronmateriaal. Denk je eens in.. 4 jaar lang in angst verkeren terwijl de noodallarm 24/7 door blijft loeien. En hierna was het voor iedereen even genoeg. Een volgende stad lonkte. Mostar. Mostar met zijn beroemde most (brug). Fantastische treinreis eerste klas met een treinstel waar Europa (behalve Nederland dan) nog van kan leren! En daar liepen we dan, 30 graden hitte en een tolk die ons het liefst al zijn kennis in één dag had willen geven. Gelukkig dat de stad maar zo mooi was. Op de Mostar-brug stonden jongens geld in te zamelen om van de brug af te springen. Het heeft nog een hele tijd geduurd voordat er eindelijk iemand het waagde de 20 meter naar beneden af te leggen. Jammer alleen dat ‘ie geen trucje deed.
De dag erna werden we in twee mini–vans rondgereden door de omgeving van Mostar. De bogomielen, een oud kasteel van de een of andere Turkse keizer, en de Buna (de bron van deze rivier) kwamen deze dag voorbij. ’s Middags zochten we verkoeling op een terrasje langs het water en kregen we een heerlijk stukje forel (zelf gekweekt!). De avond brachten we gezamelijk door in het hostel. Onder het gezang van de imaam zaten we te nippen aan onze drankjes en keken uit op een prachtig opgelichte stad. Als Amsterdam zo mooi was…
Vreemd om te zeggen, maar we zijn ook in Kroatië geweest! Nog geen drie uur rijden van Mostar vandaan reden we een stad genaamd Dubrovnik binnen. Een schitterende vesting omgeven door stadsmuren waar touristen overheen kunnen wandelen. En natuurlijk dan dé zee. Wat is er mooier dan tijdens je vakantie aan zee geweest te zijn? Al was het voor ‘n dag. Helaas kon er niet gezwommen worden, en ook niet echt gezonnebaad vanwege de vrij betrokken lucht. Deze betrok zelfs zo erg de volgende dag dat we, in afwachting van het vertrek van onze trein, allemaal door en door nat zijn geworden. Inene stortte er een emmer water op ons neer uit de hemel. (en dan moesten we nog bij het hostel zien te komen). Het was zelfs zo erg dat het water dat er viel als een soort van waterval de straten af kwam rollen (bedenk dat het heuvelachtig is) en menig riool deed overspoelen.
Het einde van onze reis was bijna in zicht. Nog maar 3 dagen te gaan. En maar goed ook. Mensen werden ziek (sommigen echt, anderen hadden gewoon wat kleine typisch ‘ik ben op vakantie in het buitenland’-kwaaltjes). Ook het weer was drastisch verslechterd na de overspoeling in Mostar. Het werd zelfs nog erger toen we sneeuw zagen neerdwarrelen. In 11 dagen tijd hebben we een temperatuursverandering van 28 graden meegemaakt. (De dag dat er sneeuw viel was het 2 graden respectievelijk tegenover 30 op de dag dat we in Mostar aankwamen). Natuurlijk werden deze laatste dagen, ondanks het slechte weer, besteed aan de laatste inkopen als ‘een sjaal voor m’n moeder’ of ‘doe mij maar 10 sloffen’. Het geld moest immers op. En aan het einde van de rit, het moment dat we het mini–vliegveldje weer binnengingen scheen de zon weer door de wolken en werd er op het nieuws verkondigd dat het Bevrijdingsdag was.

